woensdag 13 februari 2013

De lijdensweg naar Succes! Of de weg die leidt naar lol?

Gisteren sprak ik met een goede oude bekende, Ad Aarts, bij wie ik ooit de cursus persoonlijke effectiviteit heb gedaan (zeker een aanrader voor de zoekende mens! ). Eens in de zoveel jaar brengt het lot ons weer bij elkaar, zo ook nu. Al filosoferend kwamen we op het thema ‘succes’, en dan met name de route ernaartoe. En wat de potentiële blokkades zijn die je ervan weerhouden. Wat is dat ene dooie punt waar je overheen moet? Toen zei Ad: “Maar waarom noem je het doel ‘succes’? Waarom niet gewoon ‘lol’ of zo?”. Tja… waarom niet eigenlijk?
Dit activeerde bij mij een aantal vragen.
Ten eerste: Hoe definieer ik ‘succes’? (ja, ik maak dit heel persoonlijk)
Verwacht hier geen bijster originele benaderingen: ik ben ook gewoon gevormd door de cultuur waarin ik ben opgegroeid. Dus: een riant inkomen, met alle bijbehorende luxe toeters en bellen, liefst steeds meer. En aanzien natuurlijk, ook liefst steeds meer. Dat soort dingen.
Volgende vraag: Heb ik daar iets mee?
Neuh. Oei!
Dan nog een andere vraag: Hoe bereik je dat ‘succes’?
Nou, daarvoor moet je heel hard werken. Minimaal 80 uur per week, zo is mij al op hele jonge leeftijd ingeprent. En de merendeel van de activiteiten die je zult moeten ontplooien, zo’n 80%, is niet leuk. En je zult ook moeten werken met mensen waar je de kriebels van krijgt. Brrrr..
Nu heb ik dus al twee problemen: (i) ik heb niks met het door mij zelf gedefinieerde eindresultaat ‘succes’ en (ii) de route ernaartoe is ook nog een drama. Een lijdensweg naar de hel.
Hoe calvinistisch moet je zijn om daar energie van te krijgen?

Succes in de natuur

- dit had de beroemde rotsscene uit de film Turtle King kunnen zijn -
Tekening Albert Jan Rasker
Mijn grote inspiratiebron dus maar weer eens geconsulteerd. Hoe definieert de natuur succes? In termen van macht, wat voor sommigen synoniem is aan succes, zou je hierbij kunnen denken aan alles overheersende soorten, zoals tot een jaartje of 65 miljoen geleden de Tyrannosaurus Rex. Maar toen het hem (letterlijk) wat te heet onder voeten werd was ie ook zo weg (de dino's waren toen trouwens al op hun retour). De mens dan? Dat moeten we nog maar bewijzen. We zijn er nog maar heel kort, zo’n 2 miljoen jaar, en als we het nog een langere tijd willen volhouden, zullen we uit hele andere vaatjes moeten gaan tappen. Ik neig ernaar om succes in de natuur af te meten aan de tijdspanne die je in staat bent om, als soort, op aarde te overleven. En dan kom je vaak uit bij soorten met een veel minder heroïsche uitstraling en die helemaal niet zo nodig moeten heersen, maar die juist in volledige harmonie met hun habitat leven. Een schildpad. Een mier. Maar wat een flauwekul eigenlijk. Want de natuur houdt zich helemaal niet bezig met het definiëren van het begrip succes, laat staan met het bereiken ervan. Dat heeft de Mensch bedacht.

Maar als ik met ‘succes’ niks heb, waarmee dan wel?
Vroeger was ik een vrij goede schaatser. De medailles die dat opleverde waren leuk, maar lol had ik aan de kleine beetjes progressie die ik iedere keer boekte. Als ik een uitdagend idee heb voor een kunstwerk, dan geeft het geslaagde eindresultaat mij zeker voldoening. Maar de echte lol heb ik dan al gehad. Ik merk dat ik nu plezier beleef aan het schrijven van deze blog. Ergo: mezelf iedere keer uitdagen en opgaan in het daaropvolgende proces. Als iemand vervolgens het eindresultaat als ‘succes’ wil bestempelen, be my guest. De lol die ik dan al gehad heb neemt niemand mij meer af.

Zo deze blog is bijna af, het is weer mooi geweest. Ik hoop dat u er plezier aan beleefd heeft. Mocht dat het geval zijn: ik heb mezelf de uitdaging gegeven ervoor te zorgen dat mijn blog door steeds meer mensen gelezen gaat worden. Ik hoop dat u die lol met mij en anderen wilt delen! Ad Aarts, dank voor de inspiratie!

vrijdag 25 januari 2013

Veranderen of totale irrelevantie?

Het bekende fenomeen in veranderingsprocessen: er moet eerst iets schokkends gebeuren waardoor de oude realiteit onmiskenbaar geen toekomst meer heeft, voordat men bereid is die nieuwe realiteit te accepteren en daadwerkelijk dingen anders te gaan doen. Maar dit is niet iets puur psychologisch, het is gewoon een natuurwet.
Wat is zoiets schokkends? Bij mensen kan het dan gaan over overlijden van een naaste, scheiding, ontslag, of een ernstig auto-ongeluk met blijvend letsel. Bij bedrijven over verlies van de enige klant, faillissement of een nieuwe buitenlandse toetreder die je activiteiten plotsklaps irrelevant of veel te duur maken.

Natuurwet?
De natuur vertoont heel af en toe ook radicale, onomkeerbare verschijnselen: een ijstijd, een inslaande planetoïde of een oceaan die een heel eiland wegvaagt, om een paar voorbeelden te noemen. De weg naar de oude situatie is afgesloten, de organismen die getroffen worden zullen het met die nieuwe realiteit moeten doen. Als ze daarop niet toegerust zijn: pech gehad. Het grote uitsterven van de dino’s na de inslag van een planetoide is hiervan het meest sprekende voorbeeld.

Voor minder is de natuur niet bereid zich aan te passen: na een aardverschuiving staat na een jaartje of honderd weer dezelfde flora op dezelfde helling, die wordt aangevreten door de nazaten van de fauna die dezelfde ramp heeft overleefd. Alsof er nooit wat gebeurd is. Datzelfde geldt voor een tsunami, een vulkaanuitbarsting, een tropische storm en een aardbeving. Het is geen feestje als je erbij bent, maar de natuur vindt altijd weer een nieuwe balans. En die nieuwe balans benadert de oorspronkelijke altijd zo dicht mogelijk. Terug naar de status quo.

En zo gaat het bij de meeste grote bedrijven dus ook: wat er ook gebeurt, als het maar enigszins mogelijk is, terug naar de status quo. Het schier onafwendbare lot, dezelfde bananenschil waar je iedere keer weer over uitglijdt. “We gaan het nu echt anders doen!” is meestal het startschot voor een wedstrijdje hakken in het zand. Die wedstrijd manifesteert zich uiteraard niet aan de oppervlakte, want daar is de teneur: “Hè hè, eindelijk een frisse wind!”  en “we gaan ervoor!”. Er zullen er ook echt wel zijn die wel willen, maar de kritische massa zorgt ervoor dat de hele exercitie uiteindelijk niet meer is geweest dan een rimpeling in het water. Een jaar later is alles weer bij het oude, twee jaar later praat niemand er meer over.

Zelfs als de boodschap wordt gebracht met een dreigend “want anders….”, dan zal dat tussen de oren van de toehoorders doorechoën als “waar heb ik dat eerder gehoord?”

- van wie hebben de struisvogels het geleerd? -
tekening Albert Jan Rasker
“De kop in het zand steken” is een uitdrukking die aan struisvogels wordt toegedicht, maar die door mensen wordt toegepast. Over de volle breedte van bedrijven, of samenlevingen zelfs. En daar wijkt (de rest van) de natuur af van de mens. De natuur heeft niet een soort onderbewustzijn dat waarschuwingssignalen activeert bij een naderende meteoriet. Die wordt daar gewoon mee geconfronteerd. Mensen, en dus bedrijven, beschikken wel over waarschuwingssignalen, zoals ‘angst’ of ‘bezorgdheid’, maar conservatieve luidruchtigen en andere kortetermijnbelanghebbenden zijn uitstekend in staat om een soort ‘communis opinio’ te bewerkstelligen, dat zo’n signaal vakkundig de mond snoert. “Die klant hebben we al 20 jaar, die blijft ook nog wel 20 jaar”. “De overheid schiet ons heus wel te hulp”.
En ze hebben net zo lang gelijk totdat ze het niet meer hebben.

Een aantal grote banken, die hun bestaansrecht grotendeels ontlenen aan het (vooral door deze instituten zelf overeind gehouden) idée fixe, dat zonder hen 'het systeem' in elkaar klapt, zijn de dino’s van deze tijd. De wereld om hen heen verandert meedogenloos snel, maar ze zijn te groot, te log, en niet meer in staat (en ook niet van zins) om zelf in beweging te komen. Daar verandert geen oranjegekleurde campagne iets aan. De oorspronkelijke dino’s hadden echter geen overheidsinfuus dat ze nog een tijdje kunstmatig in leven hield. Die stierven in no time uit. Dat is het effectieve verschil tussen de val van Lehman Brothers in 2008 en de beroemde planetoïde, 65 miljoen jaar daarvoor. Het grote uitsterven van de dinobanken zal langzaam maar zeker gestalte krijgen in de vorm van: totale irrelevantie.

De wereld om de hedendaagse dino’s heen, die overleeft het wel. Net zoals er na het uitsterven van de prehistorische dino's ook een hele nieuwe biodiversiteit ontstond die zonder dat uitsterven nooit had kunnen ontstaan, komt er nu steeds meer ruimte voor frisse, klantvriendelijke initiatieven. Zoals KNAB, Triodos en ASN. Zij kennen zichzelf en de behoeften van hun klant, zij weten waartoe zij op aarde zijn, of in jargon: zij zijn zich bewust van hun value proposition en handelen daarnaar. Ze denken aan hun klanten en aan de toekomst van de wereld. Zo veroveren ze hun plekje.

vrijdag 23 november 2012

Levensverschijnselen in business


Een van de eerste dingen die ik tijdens de biologielessen in de brugklas leerde waren de natuurlijke levensverschijnselen: stofwisseling, groei, ontwikkeling, interactie met omgeving en, last but not least, voortplanting. 
Deze verschijnselen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden om continuiteit van het individu en de soort te garanderen. Dit gaat over organismen, maar zou het niet net zo goed over bedrijven kunnen gaan? Hoe zit dit dan?
Om te beginnen stofwisseling. In de natuur? Zuurstof, stikstof, voeding, water. Het komt erin en gaat er, in welke vorm dan ook, weer uit. Bij bedrijven? Geld bijvoorbeeld. Als het inkomende meer is dan, en in balans is met de uitstroom, dan kan het organisme groeien (volgende levensverschijnsel). Als dit meerdere verstandig wordt aangewend, dan groeit de organisatie gezond en wendbaar, zo niet dan wordt zij vet en log. Andere voorbeelden van organisatiestofwisseling? Denk aan kennis, informatie, grond- en hulpstoffen. 
 -stofwisseling bij gezond bedrijf-

-stofwisseling bij wereldvreemd bedrijf-
Een klant wees mij op het onderscheid tussen wat je continu nodig hebt (zuurstof), waar je, afhankelijk van de omstandigheden, nog wel een dag zonder kan (water), en waar je wel een paar dagen zonder kunt (voedsel). Wat is Internet/e-mail dan bij uw bedrijf? En de mobiele telefoon? Koffie? Vermommen bij u verslavingen zich nooit als primaire levensbehoeften?
Levensverschijnsel nr 2 Groei is een inkoppertje. Bij organismen gaat dit via celdeling in alle organen. Op jonge leeftijd gaat dat hard, later sterven er net zoveel cellen af als erbij komen, en op het laatst zijn de rollen omgedraaid. Bij gezonde bedrijven geschiedt groei ook organisch, dat wil zeggen vanuit een oorspronkelijke structuur. Maar: als er geen innovatie plaatsvindt, de desintegratie ook.

-inschatten van risico's hoort bij ontwikkeling-
Dan ontwikkeling. Dit levensverschijnsel is gekoppeld aan groei: het opdoen van ervaring, het leren van vaardigheden (en van fouten), het toenemen van kracht, het inschatten van risico's, ervaring. Just like business.

-Wat straal je uit naar je omgeving?-
Interactie met omgeving dan. Hoe communiceer je? Door het geluid dat je maakt, je gedrag, je formaat en je uitstraling. Maar interactie is meer. Een organisme gebruikt hiervoor al zijn beschikbare zintuigen maximaal en continu. Dus gezichtsvermogen, gehoor, gevoel, reuk en de tong. Dat zal hij ook moeten, anders overleeft hij niet in het wild. Er zijn natuurlijke vijanden, natuurlijke obstakels, prooien, parasieten, weersomstandigheden, natuurrampen, seizoenen, waterbronnen: alles hoort bij de habitat. Elke organisatie heeft te maken met  concurrenten, klanten, infrastructuur, leveranciers, partners, conjunctuur, depressies, overheden, reclamebureaus en andere dienstverleners. Ook hier kan het geen kwaad om je zintuigen scherp te houden. Gebruikt uw organisatie al haar zintuigen optimaal? En wat zijn die bedrijfszintuigen eigenlijk? En waar zitten ze allemaal?

-Welke risico's loop je als je niet goed luistert naar je omgeving?-
Maar hoe zit het dan met voortplanting? Wat is er voor nodig om organismen te laten voortplanten? (ik laat de minder romantische versies die door de wetenschap zijn bedacht even buiten beschouwing). Ik zou zeggen aantrekkingskracht tot elkaar. Passie. Zichtbaarheid: je moet je wel laten zien om gevonden te kunnen worden. En vruchtbaarheid, die weer samenhangt met een goede gezondheid van de deelnemende partners. En diversiteit. Genetisch niet te nauw verwant, voor het frisse bloed, de andere perspectieven.
Diversiteit, passie en elkaar aardig vinden. Koppel er een goed idee aan, zorg dat je op de goede plek zichtbaar bent, en volgens mij heb je een prima cocktail voor een reproduceerbaar businessmodel.
Als u uw organisatie tegen het licht houdt vanuit het perspectief van deze levensverschijnselen, herkent u er dan veel in? Wat? Kan uw organisatie er iets van opsteken? 
check ook eens: www.artofspecies.nl 

donderdag 11 oktober 2012

Toeval? Of synchroniciteit!

--
Welke club van brainstormers en creatieven van de wereld wil nou niet die ene ‘killer-app’ verzinnen en zo snel mogelijk in de markt zetten? Liever vandaag dan morgen, voordat een ander het doet. Maar wat bepaalt of iets een succes wordt? En of het dat ook blijft?
Hoe regelt de natuur dat? Hoe ontwikkelt de flora- en faunawereld iets succesvols? Inderdaad, door evolutie. En evolutie is niets meer dan een genetische verandering ten opzichte van je voorgeslacht, die in de omgeving waarin je leeft toevallig goed van pas komt. Krijg je zwemvliezen terwijl je leeft in de woestijn, pech gehad. Maar als je toevallig in een waterrijke omgeving leeft, waardoor je mobiliteit opeens aanzienlijk verhoogd wordt, dan mogen we je van harte feliciteren.
Dus: (i) verandering, (ii) bruikbaarheid en (iii) toeval zijn hier de toverwoorden. Wat kunnen de Willie Wortels hiermee?





Ten eerste (i) verandering. Een inkoppertje. Met meer van hetzelfde ontwikkel je niks. Tenzij blijkt dat het ook voor iets anders (ii) gebruikt kan worden. Zo is het wiel vele malen opnieuw uitgevonden. Kleine aanpassingen voor totaal andere toepassingen. Bij de evolutie van zee- naar landdieren bleken voor vissen overbodige luchtzakjes (iii) toevallig bruikbaar als longen, wat leven op het land mogelijk maakte. Dit was niet gepland, hoewel creationisten daar waarschijnlijk anders over zullen denken.
Nogmaals de vraag: Wat kunnen de Willie Wortels hiermee? Want je kunt je in deze snelle tijd toch niet veroorloven om te wachten tot die toevallig bruikbare verandering zich zomaar aandient? Nee. Maar een leuke technische vinding die nergens voor bruikbaar (applicabel) lijkt te zijn, heeft dezelfde functie als zwemvliezen in de woestijn. Of een iPhone zonder netwerk.

Dus of je nou de behoefte in de markt als uitgangspunt neemt (bruikbaarheid), of dat je leuke dingen bedenkt (verandering), of dat je opportunistisch naar kansjes (toeval) zoekt, de voorwaarden zullen toch samen moeten vallen. Dat is synchroniciteit. En dat kun je alleen maar afdwingen door een open houding aan te nemen voor wat zich aandient. Verbeeldingskracht, nieuwsgierigheid en oog voor wat echt nodig (Why?) zijn vervolgens de grote aanjagers. Dit zijn allemaal natuurlijke eigenschappen, je hoeft ze alleen maar 'aan' te zetten (of 'aan' te laten staan).
Toevalligheden doen zich continu voor, maar je moet ze alleen wel willen zien, op de juiste waarde schatten en actie ondernemen.
Alleen zo kan de mens de evolutie echt een handje helpen.

vrijdag 21 september 2012

Human nature, wat is dat?

Als iemand mij vraagt wat ik onder het begrip 'human nature' versta, dan doemen als Pavlov reactie onwillekeurig termen bij mij op als hebzucht, machtswellust, jaloezie,  zelfvernietiging en egoïsme. Niks is lekkerder dan jezelf verheffen door zelfbevlekking van je eigen soort.
Maar is dat beeld terecht? Of worden deze eigenschappen vooral door mensen gebezigd die hun materieel gunstig gezinde status in stand willen houden? Door extravagant rijke mensen die 'territoriumdrift' en 'het recht van de sterkste' als schaamlappen gebruiken voor het alsmaar ongegeneerd uitbreiden van hun imperium? En als schaamlap voor de wijze waarop die uitbreiding plaatsvindt? Toegegeven: vele diersoorten gebruiken ook geweld en andere trucs om een door hun geclaimd stuk terrein te vrijwaren van bedreigende of concurrerende creaturen. Maar zij doen dit uit overlevingsdrang en zullen zich nooit meer toe-eigenen dan voor dat legitieme doel strikt noodzakelijk is.
Dieren in de natuur worden ook nooit te dik. Dat verlaagt namelijk hun overlevingskansen. Voor huisdieren gelden andere maatstaven. Die hebben het verkrijgen van obesitas van hun baasjes geleerd. Letterlijk met de paplepel ingegoten. We delen onze welvaartsziekten graag met andere soorten, alle goede bedoelingen ten spijt.
Toch kies ik ervoor om niet te geloven dat de eerdergenoemde destructieve eigenschappen 'human nature' zijn. Ik geloof namelijk dat de mens van nature een fantasierijk, liefhebbend, scheppend wezen is. En dat die vervelende eigenschappen weeffoutjes van de historie zijn, ontstaan door oneigenlijk gebruik van de fraaiste eigenschap die alleen de mens van de evolutie, of zo u wilt de Schepper, cadeau heeft gekregen: de ratio. Daar had wel een gebruiksaanwijzing bij gemogen. Zo van: "maak gerust mooie dingen van natuurlijke hulpbronnen, maar houdt ze ook in stand voor het leven na u". Want blijkbaar is dat niet vanzelfsprekend. 
Hoe krijg je die nare trekjes bij de mensen eruit?
Om de scheppende eigenschappen bij de mens een kans te geven, hebben mensen een prettige, inspirerende omgeving nodig. Een omgeving die lekker aanvoelt, die je wilt behouden. Ik denk dan niet aan geairconditionde steriele spiegelglasmastodonten, maar een meer menselijke, natuurlijke omgeving. Zeg maar een 'human nature'. Ik heb deze blog ook in het bos bedacht en op m'n iPad uitgetikt. Was me in een geairconditionde steriele spiegelglasmastodont echt niet gelukt.

Werkt u in 'human nature'? Wat mist u? Wat kunt u daaraan veranderen?


donderdag 6 september 2012

Communicatie? Natuurlijk!

-->
Je ontkomt er niet aan: communiceren. Zelfs als je je aan je omgeving wilt onttrekken door stil in een hoekje te gaan zitten, je geeft toch een signaal af.
Maar als je het dan toch moet doen, waarom zou je het dan niet goed doen?
Een stap terug: wat wil je uitstralen? Wat wil je communiceren? Authenticiteit is tegenwoordig het toverwoord.
Hoe word je authentiek?
OK, aan de slag dan maar. Wat is eigenlijk mijn zelfbeeld? Ik ken mezelf al mijn hele leven, dus ik weet precies wat ik ben. Ik weet wat ik kan, hoe ik er uitzie, hoe ik reageer in situaties, ik ken mijn normen en waarden… en mensen reageren altijd op dezelfde manier op mij, dus dat zit wel goed, heel stabiel allemaal. Afijn, stel jezelf een paar kritische vragen en je weet dat ook jouw zelfbeeld niet vrij is van vooroordelen. “ik ben echt zo iemand die…”, “ik zeg altijd maar….”, “bij mij moet je niet…”. U kent  de verschijningsvormen vast wel. Die vooroordelen neem je mee in je gedrag, het wordt een onderdeel van je dagelijkse repertoire, je weet niet beter meer. En daarmee wordt een onderdeel van je zelfbeeld. En dat neem je allemaal mee in je communicatie, je uitstraling. En je gaat oprecht geloven dat het allemaal authentiek is.
En dan heb je het alleen nog maar over authenticiteit op individueel niveau. Al lastig. Wat te denken van het zelfbeeld van een bedrijf? Je zult maar multinational zijn. Ga dan maar eens authentiek zitten wezen.
Er zijn bedrijven, ook grote bedrijven, die een zelfbeeld hebben dat prima aanvoelt. Vind ik dan. Ze weten waarvoor zij op aarde zijn, wat hun kracht is, wat hun zwaktes zijn en waarom ze iets willen. Apple, Albert Heijn, Hema, H&M, Bol.com, om er een paar te noemen. Door dit lekker zittende zelfbeeld zijn ze in staat om hun communicatie zo in te richten dat zelfbeeld en uitstraling in essentie overeenstemmen. Ze weten hoe ze het reclamebureau moet briefen. Uiteraard worden dingen wel eens wat mooier voorgespiegeld dan ze zijn. Maar als je weet dat je kracht ligt op het gebied van ‘operational excellence’ (datgene wat je doet zo goed mogelijk doen), dan zorg je ervoor dat je niet primair wordt beoordeeld op ‘customer intimacy’ (dicht tegen je klant aan zitten) of ‘product leadership’(iets bieden wat een ander niet kan).  Dat laat je je klanten weten. Want die zijn niet gek.
Maar wat nou als een bedrijf een zelfbeeld heeft dat niet ‘natuurlijk’ aanvoelt? Een telefoon- of treinvervoersbedrijf dat hoog van de toren blaast over z’n service, maar ondertussen zichzelf doorlopend in allerlei consumentenprogramma’s moet verdedigen? Of een mobieltjesfabrikant die zichzelf als innovatiepionier ziet, maar zodra er iets echt nieuws komt, pak’m beet een smartphone, nog steeds in het bakkelieten tijdperk blijkt te bivakkeren? Zo gaat je hele communicatiebudget op aan puinruimen, omdat je de publieke opinie af wil dwingen, wil forceren.
Dan zijn er 2 conclusies mogelijk:
1.     Of het bedrijf moet als de wiedeweerga zijn zelfbeeld aanpassen, en de daarbij passende communicatie ergo uitstraling.
2.     Het bedrijf heeft zijn bestaansrecht reeds verloren en mag blij zijn als het nog wordt overgenomen door een concurrent.
Het niet in acht nemen van conclusie 1 leidt, zodra de zakken met geld echt leeg zijn, onvermijdelijk tot conclusie 2.

Ik gebruikte al even het woord ‘natuurlijk’. Want hoe werkt dit in de natuur?
Simpel: niet. Er bestaat niet zoiets als een gazelle die denkt dat ie een leeuw is en zich ook zo voordoet. Of een haai die doet alsof ie een rots beklimt. Laat staan dat hij er zelf in gelooft dat ie dat kan en daarom al zijn zwem- en jachttalenten maar laat voor wat ze zijn.
Voelt dit natuurlijk aan?
Het creëren van valse zelfbeelden is dus exclusief voorbehouden aan het meest ontwikkelde organisme op deze planeet: de Homo Sapiens.
Zijn we evolutionair iets te ver doorgeschoten? Nee, dat denk ik niet. Maar we zijn wel een beetje vergeten waar we vandaan komen. En wat we zijn. De ratio stelt ons in staat om allemaal prachtige dingen te bedenken en geeft ons daarmee een onoverbrugbare voorsprong op alle andere levende wezens. Maar zij stelt ons ook in staat om onszelf allerlei goede en slechte eigenschappen toe te dichten, waarbij het gevoel, het natuurlijke instinct, overruled wordt. En als je er eenmaal zelf in gelooft dat jij een echte salestijger bent, dan heb je een ander zo overtuigd. Maar voor hoe lang?
Wil communicatie op de lange termijn werken dan zal eerst het zelfbeeld moeten kloppen. Dat is een kritisch onderzoek waard, en het gevoel, je instinct, je natuur zouden daarbij niet  ondergeschikt moeten zijn aan de ratio. Dat geldt ook voor bedrijven. Want echt, al overtuigt hij iedereen ervan dat hij het kan: die haai gaat die rots niet beklimmen.

vrijdag 17 augustus 2012

Corporate bloedsomloop


Het is eenvoudig om een vergelijking te maken tussen de bloedsomloop van een willekeurig zoogdier en een gezonde organisatie.
Het zoogdier: 
Het hart pompt het bloed inclusief zuurstof rond langs alle organen en zorgt dat er overal voldoende is om het hele metabolisme vitaal (dit woord gaat u vaker lezen) te houden. In tijden van schaarste zorgt de natuur ervoor dat de hersenen in de bloedaanvoer prioriteit krijgen, omdat daar, komt het woord weer, vitale keuzes gemaakt moeten worden. Een soort van crisiscentrum, dat interactief contact heeft met alle organen en ledematen via het zenuwstelsel, trouwens ook een zeer vitaal orgaan. De pijn die in een orgaan wordt gevoeld, wordt zodoende direct gevoeld door de hersenen. Dwarslaesiepatiënten kunnen dit bevestigen, want zij weten wat ze niet meer voelen.
Dan een gezonde organisatie: 
Op procesmatige wijze worden alle afdelingen van de nodige bronnen en informatie voorzien, zodanig, dat de hele organisatie vitaal blijft. (heel lafjes gebruik ik hier de lijdende vorm, omdat een organisatie zelf vast moet stellen wat haar 'hart' is. Dat geldt niet voor de hersenen, die durf ik wel te benoemen, in de volgende zin al). Als het even flink tegen zit zal als eerste de organisatieleiding, de hersenen, van de noodzakelijke bronnen en informatie moeten worden voorzien, zodat zij vitale keuzes kan maken. Via het interne communicatiesysteem, trouwens ook een zeer vitaal orgaan, is er interactief contact met alle afdelingen. De problemen die op een bepaalde afdeling worden beleefd, worden zodoende direct gevoeld door het management. De bedrijfsmetafoor voor een dwarslaesiepatiënt laat ik graag aan uw fantasie over, maar ik vermoed dat het resultaat niet op eigen benen zal kunnen staan.
Hoe dan ook, een evenwichtige verdeling en circulatie van bronnen en informatie zijn van vitaal belang om een evenwichtige groei te realiseren.
Wat zijn dan die bronnen en informatie die door de organisatie circuleren? Geld? Jazeker, maar er is meer. Zoals toegang tot informatie en hulpmiddelen. Afdelingen, net als organen, moeten zelfstandig hun onderdeel van het proces kunnen uitvoeren, dus er moeten altijd genoeg geld, informatie en middelen zijn om zo'n orgaan lekker te laten functioneren. Bij een gezond organisme regelt de natuur dit. Bij een organisatie moeten de leiding ervoor zorgen dat het hart de afdelingen, of organen, op evenwichtige wijze voorziet van de benodigde bronnen. Maar de organen moeten zelf ook aangeven wat ze nodig hebben om goed te functioneren. In de discussie die daarop volgt zou het eindresultaat niet mogen zijn dat de afdeling net genoeg heeft om zijn taken nog enigszins te kunnen uitvoeren. En dat als er opeens meer nodig bljikt te zijn, ze dan in godsnaam maar een verzoek bij de leiding moeten indienen. Want de leiding heeft nog een zeer grote verantwoordelijkheid: zorgen dat de circulatie op gang blijft. En daar is vertrouwen voor nodig. Vertrouwen in de goede uitvoering van de procestaken door de organen. En dat vertrouwen begint bij de hersenen.
Wat vindt u trouwens dat het hart is in uw organisatie?