vrijdag 17 augustus 2012

Corporate bloedsomloop


Het is eenvoudig om een vergelijking te maken tussen de bloedsomloop van een willekeurig zoogdier en een gezonde organisatie.
Het zoogdier: 
Het hart pompt het bloed inclusief zuurstof rond langs alle organen en zorgt dat er overal voldoende is om het hele metabolisme vitaal (dit woord gaat u vaker lezen) te houden. In tijden van schaarste zorgt de natuur ervoor dat de hersenen in de bloedaanvoer prioriteit krijgen, omdat daar, komt het woord weer, vitale keuzes gemaakt moeten worden. Een soort van crisiscentrum, dat interactief contact heeft met alle organen en ledematen via het zenuwstelsel, trouwens ook een zeer vitaal orgaan. De pijn die in een orgaan wordt gevoeld, wordt zodoende direct gevoeld door de hersenen. Dwarslaesiepatiënten kunnen dit bevestigen, want zij weten wat ze niet meer voelen.
Dan een gezonde organisatie: 
Op procesmatige wijze worden alle afdelingen van de nodige bronnen en informatie voorzien, zodanig, dat de hele organisatie vitaal blijft. (heel lafjes gebruik ik hier de lijdende vorm, omdat een organisatie zelf vast moet stellen wat haar 'hart' is. Dat geldt niet voor de hersenen, die durf ik wel te benoemen, in de volgende zin al). Als het even flink tegen zit zal als eerste de organisatieleiding, de hersenen, van de noodzakelijke bronnen en informatie moeten worden voorzien, zodat zij vitale keuzes kan maken. Via het interne communicatiesysteem, trouwens ook een zeer vitaal orgaan, is er interactief contact met alle afdelingen. De problemen die op een bepaalde afdeling worden beleefd, worden zodoende direct gevoeld door het management. De bedrijfsmetafoor voor een dwarslaesiepatiënt laat ik graag aan uw fantasie over, maar ik vermoed dat het resultaat niet op eigen benen zal kunnen staan.
Hoe dan ook, een evenwichtige verdeling en circulatie van bronnen en informatie zijn van vitaal belang om een evenwichtige groei te realiseren.
Wat zijn dan die bronnen en informatie die door de organisatie circuleren? Geld? Jazeker, maar er is meer. Zoals toegang tot informatie en hulpmiddelen. Afdelingen, net als organen, moeten zelfstandig hun onderdeel van het proces kunnen uitvoeren, dus er moeten altijd genoeg geld, informatie en middelen zijn om zo'n orgaan lekker te laten functioneren. Bij een gezond organisme regelt de natuur dit. Bij een organisatie moeten de leiding ervoor zorgen dat het hart de afdelingen, of organen, op evenwichtige wijze voorziet van de benodigde bronnen. Maar de organen moeten zelf ook aangeven wat ze nodig hebben om goed te functioneren. In de discussie die daarop volgt zou het eindresultaat niet mogen zijn dat de afdeling net genoeg heeft om zijn taken nog enigszins te kunnen uitvoeren. En dat als er opeens meer nodig bljikt te zijn, ze dan in godsnaam maar een verzoek bij de leiding moeten indienen. Want de leiding heeft nog een zeer grote verantwoordelijkheid: zorgen dat de circulatie op gang blijft. En daar is vertrouwen voor nodig. Vertrouwen in de goede uitvoering van de procestaken door de organen. En dat vertrouwen begint bij de hersenen.
Wat vindt u trouwens dat het hart is in uw organisatie?

woensdag 4 januari 2012

Leiderschap en evolutie

Hoe overleeft een organisme in zijn natuurlijke omgeving? Door zich aan te passen aan die omgeving. En door zich weer aan te passen als die omgeving verandert. Een no brainer. In het bedrijfsleven hebben we het dan over ‘met je tijd meegaan’ en ‘aanvoelen wat je klant nodig heeft’ (of nodig denkt te hebben). Maar in feite is dat precies hetzelfde.


Hoe werkt dat in de natuur?
De plotselinge catastrofe
Als een levend organisme verrast wordt door plotseling veranderende omstandigheden, zeg een verwoestende overstroming, dan heeft hij geen tijd om even te muteren tot een schepsel dat vinnen en schubben heeft. Hij zal het dus moeten doen met wat hij heeft. Misschien kan hij al zwemmen en zwemt hij gewoon naar de (verplaatste) oever. Of blijkt hij door zijn onderhuidse vet een natuurlijk drijfvermogen te hebben. Of hij klampt zich met zijn klauwen vast aan iets dat blijft drijven en hopelijk ooit aanspoelt. Of hij heeft gewoon pech en wordt verzwolgen door de watermassa.
Zoals gezegd: hij zal het moeten doen met wat hij op dat moment heeft.

In het bedrijfsleven heet dat ‘improviseren’.
Waarbij organismen uit de natuur het voordeel hebben dat in het geval zich een catastrofe voordoet, geen hinderlijke processen, hiërarchische structuren en machtsspelletjes het overleven in de weg staan. Bovendien zijn ze al gewend om te moeten overleven.
Mensen in organisaties hebben weer het voordeel dat ze creatief kunnen zijn. Kunnen zijn.

Langzame veranderingen
Meestal voltrekken veranderingen in de natuur en in de maatschappij zich langs een geleidelijker weg. Klimaatveranderingen, schuivende continenten, golfstromen die van koers veranderen. Of verschuivingen in bevolkingssamenstelling, urbanisatie, culturele veranderingen… er is dus voor soorten cq. bedrijven tijd om te muteren.
Hoe doet de natuur dat?
Ieder organisme dat het levenslicht ziet heeft minimale afwijkingen van zijn voorgeslacht. Deze afwijkingen geeft hij ook weer door aan zijn nageslacht. En hoe gunstiger die afwijkingen zijn in zijn natuurlijke omgeving hoe groter de kans dat hij een nageslacht gaat produceren dat deze eigenschappen zal dragen. 
Een voorbeeld:
dit type Stradivaraan leeft al vele generaties in een berkenbos.
Zoals u ziet is hij uitstekend aangepast aan zijn omgeving.
Als een geliefde prooi voor bijvoorbeeld de Krompot heeft hij de schutkleuren die hem de benodigde bescherming geven. Langzamerhand veranderd echter de omgeving. De berken verdwijnen en er komt steeds meer mos voor in de plaats.

Als hij zich niet aanpast dan is de Stradivaraan is zijn bescherming kwijt en de Krompot heeft een makkelijke prooi.

In de praktijk zal door de geleidelijkheid waarmee de berken verdwijnen en het mos veschijnt de soort door natuurlijke selectie zich langzaam aanpassen en zal de Krompot gewoon zijn best moeten blijven doen.
  In werkelijkheid gaan er duizenden generaties overheen voordat er zichtbare verschillen optreden. Maar ze ontstaan dus door toeval. Zowel de gunstige als ongunstige kenmerken. In de praktijk blijkt pas of het werkt. Er ‘mislukt’ dus veel meer in de natuur dan er ‘lukt’. En toch kun je van de Schepping niet bepaald zeggen dat hij mislukt is. Er is wel veel geduld nodig uiteraard. En als individueel organisme moet je gewoon geluk hebben met je gegeven uitrusting.

Ziet u mislukkingen in uw organisatie als ‘verlies’ of ‘falen’? Wilt u toeval uitsluiten?
Realiseert u zich dan wel dat u wellicht een fraaie Schepping langs natuurlijke weg in de kiem smoort..

Dit geldt niet alleen voor het bedenken van nieuwe produkten in een laboratoriumomgeving, waarbij onder enorme druk die ‘killer app’ bedacht moet worden. Het geldt ook voor marktintroducties van nieuwe producten of diensten die volledig afgetimmerd zijn met marktonderzoeken. ‘Guts feeling’ telt niet, falen is geen optie. Anders denken ook niet. Risico-analyses door veel te dure externe bureaus dekken het geheel verder af. En mocht het dan toch niet lukken, dan kan het verantwoordelijke management verwijzen naar het marktonderzoek en de bureaus, die zich op hun beurt ook uitstekend hebben ingedekt. Management anno 2012, leiderschap uit het jaar nul.
Als de Schepping zou hebben gewerkt met risico-analyses en andere mislukkingsbeperkende (lees: toevalsbeperkende) maatregelen, dan waren we met zijn allen nog lang niet uit het water gekropen.
Gelukkig werkt de natuur niet zo. En Edison ook niet. En Steve Jobs ook niet. En u?

woensdag 24 augustus 2011

Jungle Management


Stel: u wilt meer te weten komen over het jungleleven en leest het volgende stukje tekst:
De owner of leadership in de jungle is de leeuw. Deze bestuurlijke positie heeft hij geacquireerd door visie te koppelen aan een straightforward focus. De overige stakeholders in de jungle dienen derhalve compliant te zijn aan zijn regulation. De hyena is frequent subversief jegens de governance van de leeuw, hetgeen in voorkomende gevallen in punatieve consequenties resulteert, ter correctie van de deviante attitude. Voor de hyena is in voorkomende gevallen risk reduction key, aangezien hij door absentie van corporate strength de benodigde competitiveness mist. 
Door coöperatieve activiteiten van geconsolideerde hyena's zijn in het verleden sporadisch gunstigere resultaten genoteerd, meestal 'quick en dirty', die echter meestentijds van temporele aard bleken. Een plausibele motivering voor deze temporeliteit is het nochtans negatieve imago en  de underperformance van de hyena als soort, waardoor structurele executive positionering nagenoeg uitgesloten kan worden. Ook mist de hyena de zogenoemde 'gunfactor'. Aggressieve opportunistische initiatieven worden derhalve in de regel ontmoedigd.

De leeuw doet, zodra er sprake is van sufficiënte senioriteit, elaborate research naar expansie en upscaling van zijn territorium. Een out-of-the-box attitude is daarbij key. Als hij penetreert in emerging environments, zal hij dienen te acteren met een open mind en met respect voor de lokale hiërarchische structuren en culturen. Hij zal op resistentie stuiten bij de realisatie van zijn ambities, dus voor prosperiteit zal hij fully resilient moeten zijn om issues te pareren en een contingency plan op de plank moeten hebben liggen. Efficiënte resource planning en flexibiliteit zijn andere key succes factoren.

De primaire focusmarkt van de leeuw is de hoefdierbranche, zoals gazellen en gnoes. Gnoes zijn een interessante en omvangrijke targetgroep, maar opereren doorgaans in enorme divisies, wat koerswijzigingen nagenoeg uitsluit. Gazellen zijn ook zeer lucratief, opereren in kleinere units, zijn echter nogal onvoorspelbaar in hun gedrag en dientengevolge beheerstechnisch problematisch.
De totale branche wordt gekenmerkt door een hoge mate van complexiteit en is weinig transparant. Het zoeken naar synergie opportunities is derhalve key. In voorkomende gevallen coöpereert de leeuw met branchegenoten, waardoor zijn succesrate significant verhoogd wordt. Concurrenten als het luipaard worden door dergelijke convenanten ernstig in hun nering gedupeerd. Een mededingingsautoriteit zou uitkomst kunnen bieden, ware het niet dat de positie van de leeuw dusdanig dominant is, dat een dergelijk initiatief niet opportuun is. De leeuw zal zijn reciprociteitspotentieel te allen tijde ten volle utiliseren. 
Vond u het prettig om te lezen? Waarom zouden uw klanten dat dan wel vinden?


maandag 27 juni 2011

Bank junior

-->

Er was eens een bankje. Zijn naam was Bank junior. Het was nog een klein bankje, en zoals alle kleine bankjes doen, speelde Bank junior vaak met slagertjes, bakkertjes en schildertjes. En Bank jr. hielp ze af en toe een beetje als dat nodig was.
- Bankje en zijn vriendjes op jonge leeftijd -
illustratie Albert Jan Rasker
 



Het was een slim en nieuwsgierig bankje. Papa Bank en moeder hadden hem geleerd dat hij niet teveel geld moest snoepen, want dan zou hij dik worden. En zeker nooit geld van vreemden aannemen. Bank jr. groeide op in voorspoed en leerde zorgvuldig met zijn geld omgaan.
Toen sloeg het noodlot toe. Want mensen op straat zeiden dat het niet goed ging met papa Bank. Dat was niet waar, maar heel veel mensen vertrouwden het niet en haalden al het geld uit papa Bank. Toen ging papa Bank dood van de honger. Bank jr. en zijn moeder bleven berooid achter.
Ze moesten opeens elk dubbeltje omdraaien en aten soms zelfs noodgedwongen zwart geld.

Maar op zekere dag lachte het geluk Bank jr. en moeder weer toe. Moeder kwam een zekere meneer B. Stuurder tegen, die Bank jr. vroeger ook weel eens op feestjes had gezien, en trouwde met hem. 
- illustratie Albert Jan Rasker -

Meneer Stuurder had moeder altijd al wel leuk gevonden, maar toen was papa Bank er nog. En hij was goed voor Bank jr. Hij leerde hem zelf zijn zaakjes voor elkaar te krijgen. Meneer Stuurder zei tegen hem: "je bent altijd heel goed voor je vriendjes geweest. En omdat ze jou zo vertrouwen kun je ze misschien nog beter helpen. Met het kopen van luxe speelgoed bijvoorbeeld, want dat kunnen ze vast goed gebruiken. En omdat je ze zo goed helpt mag je er best wat meer voor terugvragen. Ik help je wel een beetje. Ik pas wel een beetje op je geld, zodat jij je vriendjes kan helpen". En zo gebeurde het.
En toen kreeg Bank jr. opeens heel veel meer vriendjes. Horecaexploitantje, Projectontwikkelaartje,  Belhuisje en nog veel meer. Zoveel vriendjes dat hij helemaal geen tijd meer had om met zijn oude vriendjes te spelen. "Ga maar met Tussenpersoontje spelen", zei hij dan tegen hun.
En toen ging het mis. Bank jr. had meer geld nodig om nieuwe vriendjes te vinden. "Mag ik wat van mijn geld hebben waar u op past", vroeg hij aan zijn stiefvader Stuurder. "Dat kan nu niet" antwoordde Stuurder. "Ik heb het belegd in duur speelgoed, voor de lange termijn. En ik heb nu geen tijd meer voor je". Daar zat Bank jr. dan.
En zijn vriendjes hadden heel hard meer speelgoed nodig. En hij kon ze niet helpen.
"Dan gaan we wel naar meneer Stuurder toe", zeiden ze, "die wil ons vast wel helpen".
Zo bleef Bank jr. voor de tweede keer berooid achter. Ondertussen had de heer Stuurder moeder ook nog verlaten voor een jongere vrouw en was hij in een heeeel groot kasteel om de hoek gaan wonen. Onderwijl moesten Bank jr. en moeder overleven in een klein tuinhuisje.
Bank jr. kwam meneer Stuurder nog wel eens tegen op straat. Hij riep dan "Ik wil mijn geld terug, gemenerik, het is mijn geld!". Meneer Stuurder deed of hij Bank jr. niet hoorde. En niemand wilde Bank jr. helpen, want meneer Stuurder had heel veel sterke vriendjes. Uiteindelijk ging Bank jr. ging maar als hulpje aan de slag bij een grotere bank om eten op tafel te krijgen.
Bank jr. werkte hard. En het talent van Bank jr. bleef niet onopgemerkt. En zo kwam hij in contact met de heer A. Houder. 
- illustratie Albert Jan Rasker -

A. Houder was een joviale man die potentie zag in Bank jr. en geld in hem wilde stoppen. Toen moest hij gaan praten met een aantal mensen over wat hij met dat geld kon gaan doen. Zoals met de heer K. Termijn en mevrouw Graai. De jongere zus van K. Termijn, mejuffrouw L. Termijn kwam ook nog wel eens langs, maar op het laatst werd ze nooit meer uitgenodigd. "Wat een zeurpiet!" zei de heer Houder dan.
Het jonge bankje sprak meneer Houder nog wel eens aan op wat meneer Stuurder had uitgespookt. "Ach" zei meneer Houder dan, "dat soort mensen denken alleen maar aan zichzelf, jongen. Wees maar blij dat je er niks meer mee te maken hebt".
Bank jr. kreeg weer steeds meer vriendjes. Wel was hij wat voorzichtiger geworden. "Heb je dat nu echt nodig?" vroeg hij wel eens als Bezorgpizzeriaatje kwam praten over hoe hard hij een bezorghelikopter nodig had, omdat zijn klanten nou eenmaal snelle service verlangden.
- de gewenste bezorghelikopter -
(door Albert Jan Rasker)
 
Soms weigerde hij te helpen. "Volgens mij heb jij helemaal geen luxe jacht nodig" zei hij dan tegen Viswinkeltje". Maar Viswinkeltje pikte dit niet en ging erover praten met Verzekeringshuisje. En Verzekeringshuisje vertelde het verder aan Golfclubexploitantje. En laat daar nou net de heer Houder aan de bar van het clubhuis zitten meeluisteren.
En die werd woedend. "Heb jij wel eens gehoord van de klant is koning!" bulderde hij toen hij het kantoortje van Bank jr. binnenstormde. "De klant bepaalt wat hij wil, niet jij, en het is jouw taak om hem vol te stoppen met geld, voordat een ander het doet!". Hij haalde direct zijn geld uit Bank jr. en ook het geld dat de bedremmeld achterblijvende Bank jr. intussen zelf verdiend had. "Rente" mompelde meneer Houder nog terwijl hij naar buiten beende, waar hij opgewacht werd door de limousine van de heer Stuurder. Want meneer Stuurder en meneer Houder bleken hele goeie vriendjes te zijn.
Bank jr. en zijn moeder hadden niks meer over behalve illusies.

De heer Houder bouwde van het geld van Bank jr. een kasteel naast dat van de heer Stuurder. Ze werden allebei steeds dikker. Ze kregen ook steeds meer vriendjes. Die werden ook steeds dikker. En ze bleven maar geld eten.
Bank jr. had ondertussen zijn oude vriendjes maar weer opgezocht. Slagertje, Bakkertje en Schildertje werkten intussen bij grotere winkels die waren betaald met geld van meneer Stuurder en meneer Houder. Ze hadden weinig, maar waren wel gelukkig. "Arm maar gezond", hielden ze de moed erin.

Op zekere dag zaten Bank jr. en zijn vriendjes in het dorpshuisje gezellig thee te drinken en elkaar verhaaltjes te vertellen. En toen opeens: BOEM!! een grote knal en daarna nog een grote knal  BOEM! en nog veel meer grote knallen. BOEMBOEMBOEM!
- De Grote Bankenexplosie -
(
illustratie Albert Jan Rasker)

Toen Bank jr. en zijn vriendjes eindelijk voorzichtig naar buiten durfden te kijken, zagen ze brandende dikke benen en dikke armen en dikke hoofden voorbij vliegen en stukken kasteel van meneer Stuurder, meneer Houder en al hun vriendjes. Ze hadden zoveel geld gegeten dat ze waren ontploft! Niks bleef er van ze over, alleen een laagje as.
Bank en zijn vriendjes schrokken zich een hoedje, maar stonden op voldoende afstand om  zich niet te bezeren.
Toen ze van de schrik waren bekomen wees Bank jr. in de richting waar alle ledematen vandaan kwamen vliegen en zei: "volgens mij ligt daarginds nu een flink stuk terrein braak. Zullen we daar een dorpje met wat winkeltjes bouwen?".
Alle vriendjes reageerden enthousiast. "Ik word slager!" riep de een. "En ik bakker!" zei nummer twee. "Dan word ik schilder!" zei Schildertje.
"Ik help jullie wel", zei Bank jr.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

dinsdag 12 april 2011

Plug your Prey NV

In mijn vorige blog "Bureaucratie in het wild" liet ik een door een leeuw opgejaagde zebra functioneren als een bedrijf.
Nu draai ik het om: laten we een middelgroot IT-bedrijf als leeuw functioneren. Een gezonde maar hongerige leeuw. We noemen het Plug your Prey NV.

Hans Lever (53) van de administratie is op zijn wekelijkse klaverjasavond. Bij hem aan tafel zit Gerrit Poot (46), postkamermedewerker bij Groenzeel NV, een grote kantoorartikelenleverancier.  De leeuw geniet van zijn rust.
Gerrit heeft niet zijn avond. Waardeloze kaarten. “En op het werk gaat ook al zo moeizaam”, verzucht Gerrit, “ gelukkig gaan we binnenkort naar een nieuw logistiek softwarepakket kijken". De leeuw ruikt een mogelijke prooi.
Hans informeert belangstellend naar de problemen op het werk van Gerrit, die daar gretig op reageert. De leeuw gaat voorzichtig dichterbij kijken, maar zorgt dat hij niet gezien wordt. Hij zoekt naar een zwakke plek. Als Hans een beeld van de ellende heeft stuurt hij een sms naar zijn algemeen directeur Edith Hart: “ opport @Groenzeel, morgen babbelen?”. De leeuw laat de gelegenheid op zich inwerken. Edith, die altijd openstaat voor dit soort initiatieven, antwoordt binnen 5 minuten: “topper, morgen 9.30 @mij, Frans en Karin komen ook, ik zorg voor gebak!”
Zij nodigt Frans Brein (business development) en Karin Klauw (sales) uit per sms, verzet de afspraak die op dezelfde tijd stond gepland met een leverancier, en checkt haar links met Groenzeel op linkedin voordat ze naar bed gaat.
De leeuw bepaalt zijn strategie.
De volgende dag om half 10 doet Hans in de directiekamer de problemen van zijn klaverjasmaatje uit de doeken. Die zijn het uitgangspunt. Als ze de kamer verlaten organiseert Frans met zijn team een ad hoc sessie om een conceptoplossing te bedenken. De leeuw neemt een strategische positie in. Edith en Karin melden zich aan voor een seminar over 2 weken, want ze hebben op linkedin gezien dat Groenzeel COO Dirk Romp aanwezig zal zijn. De secretaresses van Dirk en Edith blijken elkaar te kennen van Schroevers en zorgen dat daar een ‘spontane’ onmoeting zal plaatsvinden. Ook liggen opeens folders van Plug your Prey NV op het bureau van Romp. De leeuw maakt zijn prooi nieuwsgierig.
Het team van Frans heeft een conceptoplossing bedacht voor het probleem van Gerrit en leggen aan Hans uit wat dit voor Gerrit in de praktijk zou betekenen.
Tijdens de volgende klaverjasavond vertelt Hans aan Gerrit over de oplossing die zijn bedrijf zou kunnen bieden voor Gerrits problemen. Gerrit is heel enthousiast en van de weeromstuit wint hij alle spelletjes die avond. De prooi komt steeds dichterbij.
De volgende dag vertelt Gerrit enthousiast aan zijn collega’s over de mogelijke oplossing van Hans’ bedrijf. Iedereen is enthousiast en het verhaal zingt rond bij Groenzeel.
Bij Plug your Prey NV is iedereen hongerig naar de deal, maar Edith predikt geduld. De leeuw heeft ook honger, maar weet instinctief dat hij het goede moment moet afwachten. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Als Edith en Karin de week erop bij het seminar kaartjes uitwisselen met Dirk Romp, reageert hij spontaan verrast: “Hee wat leuk! Ik heb al veel goeie dingen over jullie gehoord, toevallig dat jullie hier zijn. Ik wilde jullie al bellen, maar nu jullie hier toch zijn... zullen we even een rustige ruimte opzoeken?” De prooi is volledig op zijn gemak.
Vult u het verder zelf maar in.

Heeft u trouwens ooit een leeuw zien cold callen?

Change!

voor

Als je een beest wilt veranderen dat niet wil veranderen zoals jij dat wilt, dan creëer je een monster. Waarom zou dat bij een onderneming anders zijn?
Stelt u zich eens voor:
Tijdens een boswandeling met uw partner in het bos stuit u op het hiernaast afgebeelde creatuur.
Omdat u vermoedt dat het niet zal overleven in het wild, besluit u gezamenlijk, uit mededogen, het mee naar huis te nemen.

Dat gaat niet zonder protest van het creatuur, maar u zet door, want u weet immers wat het beste voor hem is. Daar heeft u graag wat lichte verwondingen voor over. Thuis gearriveerd gaat hij in een kooi, waar u hem de heerlijkste gerechten voorzet, die categorisch geweigerd worden. U laat zich echter niet uit het veld slaan. U en uw partner hebben verschillende ideeën over wat goed voor hem is, dus besluit u extern informatie in te winnen.
....dus u huurt een bewegingstherapeut in om zijn mobiliteit te verbeteren. En een schoonheidsspecialist om het zelfvertrouwen op te krikken. Die op zijn beurt weer een bevriende huidspecialist en coiffeur aanbeveelt.
Een in vreemde creaturen gespecialiseerde mental coach zorgt voor het geestelijk welbevinden in de nieuwe omgeving.
Het kost uiteraard allemaal best wat, maar u hebt nou eenmaal de verantwoordelijkheid voor het welbevinden van een levend wezen op zich genomen, dus dat neemt u op de koop toe.
Het beest stribbelt in het begin nog wel flink tegen, maar  als de tijd vordert ziet hij ook wel in dat u prima weet wat goed voor hem is en wordt hij zo mak als een lammetje.
Na 6 maanden presenteert u vol trots het resultaat aan uw vrienden:
Versie 2.0 kan uiteraard niet praten, maar als hij dat wel kon dan zou hij u vast vertellen dat hij dit altijd al gewild had. Toch?

maandag 11 april 2011

Bureaucratie in het wild

Stelt u zich voor: u bent een bedrijf en het bedrijf is een Zebra.
U loopt onbekommerd in het Krugerpark. Dan constateert het oog een leeuw die zich in uw richting beweegt. Het oog werkt er nog niet zo lang, heeft nog geen gevoel voor hiërarchische structuren. Hij denkt: als er een leeuw aankomt dat moeten de achterpoten in beweging komen, dus hij stuurt via het zenuwstelsel een mailtje met hoge urgentie naar de linkerachterpoot met een cc naar de rechterachterpoot. De kop luidt: “actie, er komt een leeuw aan!”
De linkerachterpoot leest het mailtje als eerste. “Zeker nieuw”, denkt hij. Hij zit naast de rechterachterpoot, maar forward hem de mail, met het commentaar: “regel jij dit? volgens de procedure moet jij de eerste stap zetten. Grt, lpt.”
De rechterpoot ziet maar negeert het mailtje, want het is al 10 voor 5. “Het is mooi geweest, morgen ben je de eerste” denkt hij.
Als rechterpoot de volgende ochtend de krant uit heeft en zijn koffie op, opent hij zijn mail en ziet tot zijn schrik een mail met de volgende kop: “FW: URGENT: actie, er komt een leeuw aan!”. Geschrokken neemt hij de inhoud tot zich: “regel jij dit? Volgens de procedure moet jij de eerste stap zetten.” Van zijn naaste collega nog wel. Hij loopt rood aan en zegt dan met stemverheffing: “Wat is dit nou helemaal, linkerpoot!?”. En nadat hij zich heeft vergewist van de aandacht van de andere poten en de heup: “dit soort zaken hoor je onmiddellijk mondeling te melden, verdomme, weet je wel hoe belangrijk dit is!?”.
Alle ledematen zijn nu stil. Rechterpoot vervolgt zijn tirade: “De procedure vermeldt verder dat als je mij niet direct kunt bereiken, jij de eerste stap moet zetten!”.
“Geen sprake van” zegt de linkerpoot rustig. “Bovendien had jij het mailtje van het oog ook ontvangen”.
“Ja maar het was aan jou gericht, linkerpoot!”
“Ik heb het ook direct opgepakt, maar jij moest gister zeker weer om 5 uur bij de pedicure zijn?”
“Als je zo begint dan gaan we nu samen naar de hersenen!”, zegt de rechterpoot.
Op hoge poten verwijderen ze zich al vloekend en tierend richting hersenen, alwaar ze worden tegengehouden door de hersenschors.
“Niet zo snel, de hersenen zijn in bespreking”.
Zij vertelt dat de hersenen in gesprek zijn met de maag en de nieren. De nieren willen namelijk eerst drinken uit de vijver, terwijl de maag van mening is dat er eerst op de steppe gegraasd moet worden. Geen sinecure.
De kemphanen zijn enigszins gekalmeerd en doen hun relaas.
“Ja ik weet niet of dat prio heeft voor de hersenen, hoor. Maar nu kan het in elk geval niet”, aldus de hersenschors. “Maar als jullie er niet uitkomen, kun je het natuurlijk altijd via de heupen escaleren. Maar dan moet je wel met een goed verhaal komen, anders kan ik het echt niet doorzetten. Wordt niet meer deze week”.
De poten knikken berustend.
“En nu moet ik weer aan het werk, want ik moet het jaarlijkse intergrazeroverleg van volgende week voorbereiden. En de antilope is op oorlogspad, dus daar moet ik me voor de volle 100% op concentreren. Werk ze nog en alvast fijn weekend”.

Ziet u ruimte voor verbetering?